
De naam van het
ensemble is ontleend aan de bundels die door Paulus Matthijsz
in 1646 en 1649
werden gedrukt. “ook eenige stukken voor 2. Fioolen de
Gamba” staat er op het
titelblad. De uitgever richtte zich vooral op de amateur-musici uit de gegoede burgerij.
Op talloze schilderijen en prenten uit de Nederlandse
Gouden Eeuw
verschijnt de viola da gamba,
al dan niet bespeeld. Een grote diversiteit aan bouwkenmerken
en speelhoudingen verraden een rijke gambacultuur bij ons in die periode. Dit wordt bevestigd
door het feit dat zich hier een virtuoos als Johan Schenck kon ontwikkelen. Ook Carel Hacquart
kon hier blijkbaar goed gedijen en voor de door hem uitgebrachte gambasuites was zoveel
belangstelling dat deze al spoedig alleen nog antiquarisch te krijgen waren.
Bij de grote Amsterdamse muziekuitgever Estienne Roger verscheen gambarepertoire in druk van onder andere
Johan Snep en
Jacob Riehman naast het werk van het hoogste niveau zoals Marin Marais en Johan Schenck.
We kunnen hieruit afleiden dat het instrument ook hier tot de top van de muziekcultuur behoorde.
Naast het solorepertoire voor viola da gamba, legt ’T Uitnement Kabinet zich ook toe op vocale en
instrumentale ensemblemuziek uit de Nederlanden, waar de gamba een speciale plaats inneemt.
terug naar Stichting GAMBA